Het is koud, donker en vochtig. Ik lig te rillen. Ik schrik wakker van de geluiden om mij heen. Ik kruip nog wat dichter tegen Elmar aan. Geen telefoon, geen paspoort, alleen water en brood.
Een harde klap. Holle voetstappen in de gang. Piepend en krakend gaat er een luikje open. Een klein straaltje licht valt naar binnen. Snel gaan we rechtop zitten, onze ogen knipperend tegen het licht...